
Boven het vuur of er juist naast
Direct en indirect grillen klinkt technisch, maar het verschil is simpel. Bij direct grillen ligt je eten boven de hitte. Bij indirect grillen scherm je het vuur af en werkt de kamado meer als een oven.
Een burger, steak of spies gaat meestal direct boven het vuur. Grotere stukken vlees, kip of gerechten die langer nodig hebben, bereid je vaker indirect.
In dit artikel laat ik zien wanneer je welke methode gebruikt en hoe je de kamado ervoor opbouwt.
Direct grillen betekent dat je het eten recht boven de hete houtskool legt. Je gebruikt deze techniek voor ingrediënten die snel gaar zijn, zoals hamburgers, steaks, worstjes, groente of garnalen.
Omdat de hitte van onderaf direct op je eten komt, krijg je snel kleur en een mooie korst. Blijf er wel bij, want bij direct grillen kan het ook snel te hard gaan.
Bij indirect grillen ligt het eten niet recht boven de houtskool, maar naast de hittebron. De barbecue werkt dan meer als een oven: de warme lucht circuleert onder de deksel en gaart het eten rustig.
Deze manier is ideaal voor grotere stukken vlees, kip, spareribs of alles wat wat langer nodig heeft. Je voorkomt dat de buitenkant verbrandt terwijl de binnenkant nog niet gaar is.
Een hitteschild gebruik je wanneer je de directe hitte van de houtskool wilt afschermen. Het schild zorgt ervoor dat de warmte om het eten heen gaat in plaats van er recht tegenaan te knallen.
Dat is handig bij low and slow bereidingen, grote stukken vlees of gerechten die gevoelig zijn voor verbranden. Denk aan kip, buikspek, ribben of een hele procureur.
Je kunt direct en indirect grillen heel goed combineren. Vaak begin je direct boven de houtskool voor kleur en smaak, en verplaats je het eten daarna naar de indirecte zone om rustig verder te garen.
Andersom kan ook: eerst rustig indirect garen en aan het einde kort direct grillen voor een stevige korst. Dat werkt vooral goed bij dikke steaks, kip of grotere stukken vlees.